Engels → Nederlands - connect

Uitspraak
ww. verbinden; aansluiten

Engels → Duits - connect

Uitspraak
v. verbinden, binden

Engels → Engels - connect

Uitspraak
v. join, link; be joined, be linked

Engels → Frans - connect

Uitspraak
v. brancher, joindre; se brancher

Engels → Indonesisch - connect

Uitspraak
v. menyambung, menyambungkan, mempertalikan, menauntukan, mempertauntukan, menggandengkan, mempergandengkan, menghubungkan, memperhubungkan, mempersangkuntukan, mengaitkan, memasang, bersambung

Engels → Italiaans - connect

Uitspraak
v. connettere, collegare, unire, allacciare; associare; avere relazioni con, essere in contatto con; imparentare; (Tel) mettere in comunicazione

Engels → Pools - connect

Uitspraak
v. łączyć, spajać, złączyć, załączać, zespalać, stykać, kojarzyć, połączyć, sprząc, podłączać, związać, nawiązać, spoić, złączać, załączyć, zespolić, sprzęgać, sprzęgnąć, podłączyć, związywać, nawiązywać

Engels → Portugees - connect

Uitspraak
v. conectar, ligar; associar-se

Engels → Roemeens - connect

Uitspraak
v. lega, uni, conexa, face legătură, asocia, îmbina, înmănunchea, racorda, lega: se lega, uni: se uni, ambreia {tehn.}

Engels → Russisch - connect

Uitspraak
г. соединять, связывать, связать, сочетать, ; соединяться, связываться; ассоциировать; ставить в причинную связь, сочетаться, быть согласованным

Engels → Spaans - connect

Uitspraak
v. conectar, acoplar, empalmar, encadenar, enchufar, entroncar, eslabonar, juntar, unir; asociar, relacionar; estar conectado, hacer conexión; embragar

Engels → Oekraïens - connect

Uitspraak
v. з'єднувати, сполучати, з'єднуватися, сполучатися, зв'язок: установлювати родинні зв'язки, асоціювати, зв'язок: установлювати зв'язок, зв'язувати, злучати, пов'язувати, поєднувати, приєднувати

Engels → Grieks - connect

Uitspraak
ρήμ. συνδέω, συνδέομαι

Engels → Turks - connect

Uitspraak
f. bağlamak, bitiştirmek, birleştirmek, iletişim sağlamak; devreye sokmak, bağlanmak; ilgili olmak

Engels → Arabisch - connect

Uitspraak
‏ربط، وصل، إرتبط، إتصل، ضرب، عشق‏

Engels → Chinees - connect

Uitspraak
(动) 连接, 连结; 给...接通电话; 联想; 联系; 连接, 连结; 衔接, 联运

Engels → Chinees - connect

Uitspraak
(動) 連接, 連結; 給...接通電話; 聯想; 聯繫; 連接, 連結; 銜接, 聯運

Engels → Hindi - connect

Uitspraak
v. जोड़ना, संबद्ध करना, मिलना, संबंध रखना, संयोजित करना

Engels → Japans - connect

Uitspraak
(動) 繋ぐ; 繋がる; 接続する; 結びつける; 結ぶ; 連想する

Engels → Koreaans - connect

Uitspraak
동. 잇다, 연결하다; 연결되다

Engels → Vietnamees - connect

Uitspraak
n. liên lạc
v. liên kết, chấp nối, nối liền, liên hiệp, phối hợp


Werkwoordsvormen

Present participle: connecting
Present: connect (3.person: connects)
Past: connected
Future: will connect
Present conditional: would connect
Present Perfect: have connected (3.person: has connected)
Past Perfect: had connected
Future Perfect: will have connected
Past conditional: would have connected
© dictionarist.com