Engels → Nederlands - concoct

Uitspraak
ww. samenstellen, bereiden, brouwen

Engels → Duits - concoct

Uitspraak
v. zubereiten, zusammenbrauen; sich ausdenken

Engels → Engels - concoct

Uitspraak
v. brew, cook together; invent, contrive, think up

Engels → Frans - concoct

Uitspraak
v. préparer un cuit, inventer

Engels → Indonesisch - concoct

Uitspraak
v. memasak, membuat, mereka-reka, mencipta, menciptakan, mengarang-ngarang

Engels → Italiaans - concoct

Uitspraak
v. preparare, mescolare; architettare, macchinare

Engels → Pools - concoct

Uitspraak
v. preparować, zgotować, nawarzyć, nabazgrać, naklecić, wymyślać, wykoncypować, knuć, zgotowywać, wymyśleć, wymyślić

Engels → Portugees - concoct

Uitspraak
v. confeccionar; planejar, tramar

Engels → Roemeens - concoct

Uitspraak
v. amesteca, fierbe la un loc, combina, fabrica, închipui, inventa, ticlui, născoci, scorni, scoate, pregăti, prepara, ţese

Engels → Russisch - concoct

Uitspraak
г. стряпать, состряпать, придумывать, замышлять

Engels → Spaans - concoct

Uitspraak
v. preparar un cocimiento de, elaborar en secreto, mezclar a escondidas, mezclar en secreto; urdir, discurrir, elucubrar, fraguar, tramar

Engels → Oekraïens - concoct

Uitspraak
v. готувати, вигадувати, фабрикувати

Engels → Grieks - concoct

Uitspraak
ρήμ. ετοιμάζω, σκευωρώ, επινοώ, μηχανεύομαι, σκαρώνω

Engels → Turks - concoct

Uitspraak
f. karıştırmak, hazırlamak, uydurmak, uyduruvermek

Engels → Arabisch - concoct

Uitspraak
‏أعد حضر، مزج دواءة، لفق، إخترع، دبر‏

Engels → Chinees - concoct

Uitspraak
(动) 调制; 捏造; 调合; 图谋

Engels → Chinees - concoct

Uitspraak
(動) 調製; 捏造; 調合; 圖謀

Engels → Hindi - concoct

Uitspraak
v. योजना बनाना, गढ़ना

Engels → Japans - concoct

Uitspraak
(動) 作る; 作り上げる; 混合する; 企てる, 企画する; でっち上げる

Engels → Koreaans - concoct

Uitspraak
동. 조합하다, 함께섞어 요리하다; 꾸며내다, 음모를 꾸미다, 꾀하다

Engels → Vietnamees - concoct

Uitspraak
v. pha, chế, trù liệu, lập mưu, âm mưu, làm


Werkwoordsvormen

Present participle: concocting
Present: concoct (3.person: concocts)
Past: concocted
Future: will concoct
Present conditional: would concoct
Present Perfect: have concocted (3.person: has concocted)
Past Perfect: had concocted
Future Perfect: will have concocted
Past conditional: would have concocted
© dictionarist.com