Engels → Nederlands - conciliation

Uitspraak
zn. verzoening, vreedzame beslechting van een geschil

Frans → Nederlands - conciliation

Uitspraak
1. (politique) concessiepolitiek (f); verzoeningspolitiek (f)
2. (réconciliation) verzoening (f); conciliatie (f)

Engels → Duits - conciliation

Uitspraak
n. Versöhnung; Schlichtung, friedliche Einigung

Engels → Engels - conciliation

Uitspraak
n. appeasement, reconciliation; compromise
n. conciliation, reconciliation

Engels → Frans - conciliation

Uitspraak
n. conciliation

Engels → Indonesisch - conciliation

Uitspraak
n. tindakan mendamaikan, perdamaian, penyesuaian

Engels → Italiaans - conciliation

Uitspraak
s. conciliazione

Engels → Pools - conciliation

Uitspraak
n. pojednanie, jednanie, ugłaskanie, udobruchanie, przebłaganie

Engels → Portugees - conciliation

Uitspraak
s. conciliação; acordo

Engels → Roemeens - conciliation

Uitspraak
n. conciliere, împăcare, împăciuire

Engels → Russisch - conciliation

Uitspraak
с. примирение, умиротворение, согласительная процедура, соглашательство

Engels → Spaans - conciliation

Uitspraak
s. conciliación, avenimiento

Engels → Oekraïens - conciliation

Uitspraak
n. примирення, умиротворення, заспокоєння, погоджувальний: погоджувальна процедура

Frans → Engels - conciliation

Uitspraak
(f) n. conciliation, reconciliation

Engels → Grieks - conciliation

Uitspraak
ουσ. συνδιάλλαξη, κατευνασμός, συμβιβασμός, συμφιλίωση

Engels → Turks - conciliation

Uitspraak
i. uzlaştırma, barıştırma, yatıştırma, sakinleştirme, ödeme

Frans → Duits - conciliation

Uitspraak
n. schlichtung, überbrückung

Frans → Italiaans - conciliation

Uitspraak
1. (politique) appeasement {invariable}
2. (réconciliation) riconciliazione (f); conciliazione (f)

Frans → Portugees - conciliation

Uitspraak
1. (politique) apaziguamento (m); pacificação (f)
2. (réconciliation) reconciliação (f); conciliação (f); entendimento (m)

Frans → Russisch - conciliation

Uitspraak
n. примирение (f), согласование (f)

Frans → Spaans - conciliation

Uitspraak
1. (politique) apaciguamiento (m); pacificación (f)
2. (réconciliation) reconciliación (f); conciliación (f)

Frans → Turks - conciliation

Uitspraak
[la] uzlaştırma, arabulma

Engels → Arabisch - conciliation

Uitspraak
‏ترضية، تسوية، مصالحة، صلح‏

Engels → Chinees - conciliation

Uitspraak
(名) 说服; 和好; 安抚, 抚慰; 调解

Engels → Chinees - conciliation

Uitspraak
(名) 說服; 和好; 安撫, 撫慰; 調解

Engels → Hindi - conciliation

Uitspraak
n. समझौता

Engels → Japans - conciliation

Uitspraak
(名) なだめること; 調停; 和解

Engels → Koreaans - conciliation

Uitspraak
명. 달램, 위로; 화해

Engels → Vietnamees - conciliation

Uitspraak
n. sự hòa giải, sự điều đình


© dictionarist.com