Engels → Nederlands - cheapen

Uitspraak
ww. in prijs verminderen; minachten, kleineren

Engels → Duits - cheapen

Uitspraak
v. verbilligen; mißbilligen, billig machen; entwerten

Engels → Engels - cheapen

Uitspraak
v. make cheap, make inexpensive; lower quality; debase

Engels → Frans - cheapen

Uitspraak
v. rabaisser les prix; déprécier; mépriser

Engels → Indonesisch - cheapen

Uitspraak
v. murah: menjadi lebih murah, turun harganya, memurahkan, merendahkan

Engels → Italiaans - cheapen

Uitspraak
v. ridurre il prezzo di; (fig) screditare, sminuire; (fig) deprezzare, svalutare

Engels → Pools - cheapen

Uitspraak
v. obniżać cenę, tanieć, potanieć, stanieć

Engels → Portugees - cheapen

Uitspraak
v. baratear; desprezar, desvalorizar

Engels → Roemeens - cheapen

Uitspraak
v. ieftini, devaloriza

Engels → Russisch - cheapen

Uitspraak
г. дешеветь, удешевлять, снижать цену, унижать

Engels → Spaans - cheapen

Uitspraak
v. abaratar, degradar, depreciar, desmejorar, desvalorar, desvalorizar, rebajar el precio a

Engels → Oekraïens - cheapen

Uitspraak
v. дешевшати, знижувати ціну, торгуватися, прицінюватися

Engels → Grieks - cheapen

Uitspraak
ρήμ. φτηναίνω

Engels → Turks - cheapen

Uitspraak
f. ucuzlatmak, değerini düşürmek, ucuzlamak, değeri düşmek

Engels → Arabisch - cheapen

Uitspraak
‏رخص الثمن، نقص قدره، رخص‏

Engels → Chinees - cheapen

Uitspraak
(动) 降低...的价格, 使便宜; 贬低; 使受人轻视; 使变得低劣; 跌价, 减价

Engels → Chinees - cheapen

Uitspraak
(動) 降低...的價格, 使便宜; 貶低; 使受人輕視; 使變得低劣; 跌價, 減價

Engels → Hindi - cheapen

Uitspraak
v. सस्ता करना, सस्ता होना, सस्ता हो जाना, सुलभ करना, सुलभ होना, घटिया होना, स्तर गिराना, भाव उतरना, भाव गिरना

Engels → Japans - cheapen

Uitspraak
(動) 安くする; 安くなる; 安っぽくする

Engels → Koreaans - cheapen

Uitspraak
동. 싸게 하다, 깔보다, 천하게 하다

Engels → Vietnamees - cheapen

Uitspraak
v. hạ giá, sụt giá vật gì, làm giảm thanh danh, sụt giá


Werkwoordsvormen

Present participle: cheapening
Present: cheapen (3.person: cheapens)
Past: cheapened
Future: will cheapen
Present conditional: would cheapen
Present Perfect: have cheapened (3.person: has cheapened)
Past Perfect: had cheapened
Future Perfect: will have cheapened
Past conditional: would have cheapened
© dictionarist.com