Italiaans → Engels - caso

Uitspraak
n. accident, chance, hazard, random, haphazard; occasion, incident, event, case, occurrence

Portugees → Engels - caso

Uitspraak
(m) n. case, event, incident, matter, instance

Spaans → Engels - caso

Uitspraak
[caso (m)] n. case; subject; affair; instance, occurrence; notice; dossier

Italiaans → Duits - caso

Uitspraak
n. zufälligkeit, begebenheit, gelegenheit, möglichkeit, umstand, zufall, fall, vorfall, kasus

Spaans → Duits - caso

Uitspraak
n. fall, kasus, umstand, anlass, sache, affäre

Italiaans → Frans - caso

Uitspraak
1. (generale) chance (f); hasard (m); pur hasard (m); coïncidence (f); situation (f); cas (m) 2. (fatto) cas (m); exemple (m)
3. (linguistica) cas (m) 4. (medicina) cas (m)
5. (coincidenza) coïncidence (f); hasard (m); chance (f); accident (m)

Portugees → Frans - caso

Uitspraak
1. (geral) idylle (f); relations extra-conjugales; aventure en dehors du mariage; situation (f); cas (m) 2. (aventura extraconjugal) liaison (f); aventure amoureuse; affaire de cœur; intrigue (f); intrigue amoureuse 3. (fato) cas (m); exemple (m)
4. (lingüística) cas (m) 5. (direito) cas (m); affaire (f) 6. (medicina) cas (m)
7. (possibilidade) au cas où

Spaans → Frans - caso

Uitspraak
1. (general) situation (f); cas (m)
2. (hecho) cas (m); exemple (m)
3. (lingüística) cas (m) 4. (medicina) cas (m)

Spaans → Russisch - caso

Uitspraak
n. случай, положение

Spaans → Koreaans - caso

Uitspraak
n. 경우, 상태


dictionary extension
© dictionarist.com