Frans → Engels - burla

Uitspraak
n. Burla, family name

Italiaans → Engels - burla

Uitspraak
n. trick, prank, joke, quiz, practical joke, flout, hoax

Portugees → Engels - burla

Uitspraak
n. sneer, mockery, cantrip, chouse, mystification, spoof, swindle

Spaans → Engels - burla

Uitspraak
n. gibe, jibe, jeer, jape, raooino

Italiaans → Duits - burla

Uitspraak
n. neckerei, kleinigkeit, lappalie, schäkerei, posse, scherz, spaß, ulk, schwank, fez, schabernack, schelmenstreich

Spaans → Duits - burla

Uitspraak
n. spott, verspottung, spöttelei, gespött, hohn, verhöhnung, neckerei, schnippchen, scherz, spaß, mystifikation

Italiaans → Frans - burla

Uitspraak
1. (intrattenimento) plaisanterie (f); blague (f)
2. (comportamento) badinage (m); raillerie (f); plaisanterie (f)

Portugees → Frans - burla

Uitspraak
(crime) escroquerie (f); arnaque (m) {informal}

Spaans → Frans - burla

Uitspraak
1. (general) persiflage (m); raillerie (f); moquerie (f) 2. (comentario) moquerie (f); raillerie (f)
3. (comportamiento) badinage (m); raillerie (f); plaisanterie (f) 4. (trampa) tromperie (f); supercherie (f)
5. (irrisión) moquerie (f); dérision (f); raillerie (f)

Spaans → Russisch - burla

Uitspraak
n. насмешка, издевательство, обман

Spaans → Koreaans - burla

Uitspraak
n. 비웃음, 조롱, 농담


© dictionarist.com