Nederlands → Engels - bout

Uitspraak
n. bolt, screw; iron, device used to remove wrinkles from fabric; leg (Animal)

Engels → Nederlands - bout

Uitspraak
zn. vlaag, tijdje, periode, aanval (van ziekte); wedstrijd, partij

Nederlands → Frans - bout

Uitspraak
(mechanisch) boulon (m)

Frans → Nederlands - bout

Uitspraak
1. (général) uiteinde (n) 2. (dernière partie) uiteinde (n)
3. (cigarette) peukje (n); stompje (n); peuk (m) 4. (papier) stukje (n); snipper (m)
5. (matière) stukje (n); fragment (n); deel (n) 6. (objets) tip (m); top (m); uiteinde (n)

Engels → Duits - bout

Uitspraak
n. Krankheitsanfall; Arbeitsgang; Zeitspanne; Kampf (Boxen, Ringen)

Engels → Engels - bout

Uitspraak
n. session; fit of illness or drinking; athletic match
v. boil
n. end; tip, top; bit

Engels → Frans - bout

Uitspraak
n. session, tour, reprise (jeu); accès, poussée (fièvre); quinte (toux); excès de boisson alcoolisée, soûlerie; compétition, concours

Engels → Indonesisch - bout

Uitspraak
n. pertandingan, serangan penyakit, penderitaan

Engels → Italiaans - bout

Uitspraak
s. periodo; incontro, gara (sport); attacco, accesso (malattia)

Engels → Pools - bout

Uitspraak
n. kolej, atak, czas, zmierzenie sił, runda, popicie, antrakt, nawrót

Engels → Portugees - bout

Uitspraak
s. episódio de uma doença, acesso de uma enfermidade, ataque; período de atividade; sessão; competição

Engels → Roemeens - bout

Uitspraak
n. rând, dată, prindere, apucare {sport.}, criză {med.}, competiţie {sport.}, petrecere

Engels → Russisch - bout

Uitspraak
с. раз, схватка, встреча; тур, заезд; припадок, приступ; круг, кругооборот

Engels → Spaans - bout

Uitspraak
s. ataque de una enfermedad; temporada, larga temporada; combate, contienda, encuentro, encuentro de competencia

Engels → Oekraïens - bout

Uitspraak
n. раз, тур, зустріч, заїзд, припадок

Frans → Engels - bout

Uitspraak
(m) n. end; tip, top; bit

Engels → Grieks - bout

Uitspraak
ουσ. πάλη, αγών, φόρα

Engels → Turks - bout

Uitspraak
i. nöbet, süre, devre, müddet, zaman, kriz, yarışma, müsabaka

Frans → Duits - bout

Uitspraak
n. spitze, kappe, kopf, stummel, ende, kopfende, mundstück, stück

Frans → Italiaans - bout

Uitspraak
1. (général) estremità {invariable}; estremo (m) 2. (dernière partie) fine (f)
3. (cigarette) mozzicone (m) 4. (papier) pezzo (m); pezzetto (m); ritaglio (m)
5. (matière) pezzetto (m); pezzo (m); frammento (m) 6. (objets) punta (f); estremità {invariable}

Frans → Portugees - bout

Uitspraak
1. (général) extremidade (f); ponto mais distante 2. (dernière partie) traseira (f); parte traseira
3. (cigarette) guimba (f) {informal}; toco de cigarro 4. (papier) pedaço (m); tira (f)
5. (matière) pedaço (m); fragmento (m) 6. (objets) ponta (f); extremidade (f)

Frans → Russisch - bout

Uitspraak
n. конец (край) (m), край (m), кончик (m), окончание (m), клочок (m), лоскут (m), обломок (m), обрывок (m), носок (обуви) (m), торец (тех.) (m), конец (детали) (тех.) (m)

Frans → Spaans - bout

Uitspraak
1. (général) extremidad (f); extremo (m) 2. (dernière partie) final (m)
3. (cigarette) colilla (f) 4. (papier) pedazo (m); trozo (m)
5. (matière) pedazo (m); fragmento (m); pizca (f) 6. (objets) punta (f); extremidad (f)

Frans → Turks - bout

Uitspraak
[le] uç; son; parça

Engels → Arabisch - bout

Uitspraak
‏مسابقة، مباراة ملاكمة، نوبة، قتال‏

Engels → Chinees - bout

Uitspraak
(名) 一阵; 一次, 一回合

Engels → Chinees - bout

Uitspraak
(名) 一陣; 一次, 一回合

Engels → Hindi - bout

Uitspraak
n. बार

Engels → Japans - bout

Uitspraak
(名) 一期間; 1試合; 発作

Engels → Koreaans - bout

Uitspraak
명. 한판승부, 일시적인 기간, 한바탕 ...하는 동안, 바탕, 합

Engels → Vietnamees - bout

Uitspraak
n. lần, lượt, cơn sốt


© dictionarist.com