Nederlands → Engels - boom

Uitspraak
n. tree, arbour ibrit., arbor, boom, sdar

Engels → Nederlands - boom

Uitspraak
zn. lawaai, boem; gedreun; (haven)boom; arm van pickup
ww. dreunen; donderen

Nederlands → Frans - boom

Uitspraak
(plantkunde) arbre (m)

Frans → Nederlands - boom

Uitspraak
(économie) bloei (m); hausse (f); hoogconjunctuur (f)

Engels → Duits - boom

Uitspraak
n. Lärm, Krach; Sperre, Schranke
v. lärmen, Krach machen

Duits → Engels - boom

Uitspraak
v. thunder; make noise

Engels → Engels - boom

Uitspraak
n. noise, din; rapid prosperity; shaft of a microphone; horizontal mast of a sailing ship
v. thunder; make noise
n. boom, rapid prosperity

Engels → Frans - boom

Uitspraak
n. mugissement; grondement; retentissement, bruit; bourdonnement; boum économique, boom, vague de prospérité, essor (Commerce-Finance); perche (microphone); barrage flottant; barre; estacade; bout-dehors (foc) (Navigation); gui (Nautique); mât de charge (navire), corne de charge
v. retentir, gronder, mugir; tonner; ronfler; faire du bruit; être en hausse, être en plein essor

Engels → Indonesisch - boom

Uitspraak
n. ledakan, dentuman, guruh, guruh-gemuruh, degum, kerdam, bom, perintang pelabuhan, perkembangan perdagangan dgn pesat, laku: hal sangat laku, tangan-tangan, tiang
v. bergemuruh, mengguntur, mengguruh, mendengung, menggunturkan, menganjurkan, mengiklankan, mengusulkan, berhasil

Engels → Italiaans - boom

Uitspraak
s. (Mar) boma, asta; braccio; (Cin, TV) giraffa, asta portamicrofono; barriera, sbarramento; sbarramento di tronchi; (Mar; mil) cavo di sbarramento
v. tendere

Engels → Pools - boom

Uitspraak
n. bariera, wysięgnik, wysięgnica, zastrzał, podłużnica, huk, pohukiwanie, grzmot, łoskot, buczenie, bum, gik, ryk, ożywienie {handl.}, hossa
v. pohukiwać, huczeć, grzmieć, zagrzmieć, buczeć, zabuczeć, grzmotnąć, łoskotać, ryczeć, runąć, walić, zwyżkować, huknąć, ryknąć, walnąć

Engels → Portugees - boom

Uitspraak
s. barulho; bom; barragem; retranca; pau de carga
v. roncar; rugir; favorecer; fomentar

Engels → Roemeens - boom

Uitspraak
n. bubuit, reclamă zgomotoasă, vâlvă, senzaţie, perioadă de avânt, prosperitate, estacadă {nav.}
v. bubui, vui, face reclamă pentru, deveni cunoscut, înflori, prospera

Engels → Russisch - boom

Uitspraak
с. гул, рокот, гудение, жужжание, бум; подъем деловой активности, внезапный успех в делах; шумиха, шумная реклама, ажиотаж; стрела, вылет, укосина; плавучий бон; заграждение, пояс; лонжерон хвостовой фермы; микрофонный журавль
г. гудеть, греметь, жужжать, производить шум; быстро расти, становиться известным, создавать шумиху, производить сенсацию; рекламировать, шумно рекламировать

Engels → Spaans - boom

Uitspraak
s. sonido fuerte, como el del trueno, del cañón, de un avión supersónico, de un estampido o explosión, retumbo, tronido;auge, alza rápida, auge económico, bonanza, gran éxito, prosperidad
v. entrar en auge, estar en auge, estar en bonanza, prosperar muchísimo; resonar, retumbar, rimbombar, tronar

Engels → Oekraïens - boom

Uitspraak
n. гул, гудіння, рокіт, дзижчання, бум, галас
v. гуркотіти, рокотати, дзижчати, галасувати, рекламувати, гудіти, нагудіти

Frans → Engels - boom

Uitspraak
(m) n. boom, bandwagon

Italiaans → Engels - boom

Uitspraak
n. boom, rapid prosperity

Engels → Grieks - boom

Uitspraak
ουσ. αλυσίδα, βόμβος, κεραία, λιμενοφράγμα, υπερτίμηση
ρήμ. βοώ, βομβώ, προάγω

Engels → Turks - boom

Uitspraak
f. gümlemek, gürlemek, gümbürdemek; uğuldamak; gelişmek; fırlamak, çıkış yapmak; geliştirmek; artırmak
i. patlama sesi, patlama, bumba, derinden gelen ses; çıkış; canlanma, ani artış; vinç kolu, kamera kolu; yüzer kütüklerden oluşan engel, uğultu, seren,
ünl. güm

Frans → Duits - boom

Uitspraak
n. boom

Duits → Frans - boom

Uitspraak
n. envolée des valeurs (f), boom (m)

Duits → Italiaans - boom

Uitspraak
n. boom (m)

Duits → Russisch - boom

Uitspraak
n. бум (m), оживление (m), подъем (m), ажиотаж (m), шумная реклама (m)

Duits → Spaans - boom

Uitspraak
n. boom (m)

Italiaans → Duits - boom

Uitspraak
n. boom

Spaans → Duits - boom

Uitspraak
n. boom, hochkonjunktur

Frans → Italiaans - boom

Uitspraak
(économie) boom {invariable}; rapido aumento

Frans → Portugees - boom

Uitspraak
(économie) boom econômico; tempo (m) {informal} de vacas gordas

Frans → Russisch - boom

Uitspraak
n. бум (m)

Frans → Spaans - boom

Uitspraak
(économie) boom (m); auge (m); rápido incremento (m)

Duits → Turks - boom

Uitspraak
i. canlılık (m)

Italiaans → Frans - boom

Uitspraak
(economia) boom (m); hausse (f)

Spaans → Frans - boom

Uitspraak
(economía) boom (m)

Frans → Turks - boom

Uitspraak
[le] atılım

Engels → Arabisch - boom

Uitspraak
‏ذراع التطويل، هدير، إزدهار، ميكروفون، ذراع المرفاع، سلسلة حديدية، مرشد الطائرة، إتساع‏
‏أعلن بدوى، هدر، دوى، إزدهر، إندفع بدوى، طن، أز، روج لقضية‏

Engels → Chinees - boom

Uitspraak
(名) 隆隆声; 嗡嗡声; 澎湃声; 景气, 繁荣#吊杆; 栅栏, 横江铁索, 栏木或横江铁索; 帆的下桁, 帆杠; 臂
(动) 发出隆隆声; 激增, 暴涨; 声音隆隆而过; 迅速发展, 兴旺; 用隆隆声表达; 使兴旺; 使迅速发展; 使出名

Engels → Chinees - boom

Uitspraak
(名) 隆隆聲; 嗡嗡聲; 澎湃聲; 景氣, 繁榮#吊桿; 柵欄, 橫江鐵索, 欄木或橫江鐵索; 帆的下桁, 帆杠; 臂
(動) 發出隆隆聲; 激增, 暴漲; 聲音隆隆而過; 迅速發展, 興旺; 用隆隆聲表達; 使興旺; 使迅速發展; 使出名

Engels → Hindi - boom

Uitspraak
n. शोर, धूम, कोलाहल
v. शोर मचाना, धूम मचाना, कोलाहल करना

Engels → Japans - boom

Uitspraak
(動) とどろく; ブーンという; にわかに景気づく; 急騰する
(名) とどろき; うなり; にわか景気; 急騰; ブーム; 腕

Engels → Koreaans - boom

Uitspraak
명. 쿵하고 울리는 소리; 재빠른 성공; 마이크의 가동 걸침대; 돛자락을 펴는데 쓰는 긴 원재
동. 천둥소리치다; 쿵하고 큰소리를 내다

Engels → Vietnamees - boom

Uitspraak
n. tiếng động, tiếng ầm ầm, tiếng đùng đùng, tiếng vo vo, sự tăng lên, sự vọt lên, sự phát đạt, khoe khoan
v. nổ đùng đùng, gào thét, rít lên, vỗ ầm ầm, kêu vo vo, làm quảng cáo

Duits → Chinees - boom

Uitspraak
[der] pl.Booms 繁荣。好年景。


dictionary extension
© dictionarist.com