Engels → Nederlands - aptitude

Uitspraak
zn. aanleg

Frans → Nederlands - aptitude

Uitspraak
1. (adresse) gave (m/f); aanleg (m); talent (n); instelling (f) 2. (travail) kwaliteit (f); kwalificatie (f)
3. (santé physique) fitheid (f); conditie (f) 4. (capacité) bekwaamheid (f); capaciteit (f); vermogen (n); begaafdheid (f)
5. (flair) talent (n); aanleg (m); flair (m/n)

Engels → Duits - aptitude

Uitspraak
n. Kondition; Talent, Begabung

Duits → Engels - aptitude

Uitspraak
n. ability, skill

Engels → Engels - aptitude

Uitspraak
n. ability, skill
n. aptitude, capacity, capability; bent, facility, faculty; fitness, aptness

Engels → Frans - aptitude

Uitspraak
n. aptitude; disposition

Engels → Indonesisch - aptitude

Uitspraak
n. bakat, kecerdasan, kecerdikan, ketangkasan, jiblah, kemampuan, kecakapan

Engels → Italiaans - aptitude

Uitspraak
s. attitudine, inclinazione, disposizione; prontezza; intelligenza, perspicacia; idoneità, abilità

Engels → Pools - aptitude

Uitspraak
n. uzdolnienie, przydatność, instynkt

Engels → Portugees - aptitude

Uitspraak
s. aptidão; tendência; capacidade

Engels → Roemeens - aptitude

Uitspraak
n. aptitudine, talent, facultate, aplicaţie

Engels → Russisch - aptitude

Uitspraak
с. пригодность, уместность, склонность, способность, способности

Engels → Spaans - aptitude

Uitspraak
s. aptitud, capacidad, facilidad, habilidad

Engels → Oekraïens - aptitude

Uitspraak
n. придатність, доречність, схильність, здібність, кмітливість, обдарованість, хист

Frans → Engels - aptitude

Uitspraak
(f) n. aptitude, capacity, capability; bent, facility, faculty; fitness, aptness

Engels → Grieks - aptitude

Uitspraak
ουσ. δεξιότητα, αρμοδιότητα

Engels → Turks - aptitude

Uitspraak
i. uygunluk, eğilim, meyil, yetenek, kabiliyet

Frans → Duits - aptitude

Uitspraak
n. eignung, fähigkeit, befähigung, kapazität

Frans → Italiaans - aptitude

Uitspraak
1. (adresse) disposizione (f); attitudine (f) 2. (travail) requisito (m); qualifica (f)
3. (santé physique) forma (f); buona salute (f) 4. (capacité) capacità {invariable}; abilità {invariable}; competenza (f); potere (m)
5. (flair) disposizione (f); attitudine (f); intuito (m)

Frans → Portugees - aptitude

Uitspraak
1. (adresse) inclinação (f); aptidão (f); dom (m) 2. (travail) requisito (m); capacidade (f)
3. (santé physique) boa forma (f); saúde física (f) 4. (capacité) capacidade (f); habilidade (f); competência (f); faculdade (f); aptidão (f)
5. (flair) talento (m); dom (m); aptidão (f); jeito (m)

Frans → Russisch - aptitude

Uitspraak
n. способность (f), склонность (f), задатки (f), пригодность (f), соответствие (f), годность (f), удобство (f)

Frans → Spaans - aptitude

Uitspraak
1. (adresse) disposición (f); don (m) 2. (travail) aptitud (f); capacidad (f)
3. (santé physique) estado físico; aptitud física 4. (capacité) capacidad (f); aptitud (f); habilidad (f); competencia (f)
5. (flair) don (m); disposición (f); aptitud especial

Frans → Turks - aptitude

Uitspraak
[la] elverişlilik; yetenek, yatkınlık

Engels → Arabisch - aptitude

Uitspraak
‏كفاءة، إستعداد، أهلية، جدارة، موهبة‏

Engels → Chinees - aptitude

Uitspraak
(名) 资质, 才能, 自然倾向

Engels → Chinees - aptitude

Uitspraak
(名) 資質, 才能, 自然傾向

Engels → Hindi - aptitude

Uitspraak
n. सहज-रुझान, उपयुक्तता, योग्यता, कौशल

Engels → Japans - aptitude

Uitspraak
(名) 才能

Engels → Koreaans - aptitude

Uitspraak
명. 능력, 기술

Engels → Vietnamees - aptitude

Uitspraak
n. bẫm tính, tư cách, năng lực, khả năng


© dictionarist.com