Engels → Nederlands - alliance

Uitspraak
zn. verbond; verbintenis

Frans → Nederlands - alliance

Uitspraak
1. (mariage) trouwring (m)
2. (organisation) bond (m); vereniging (f); bondgenootschap (n); alliantie (f)
3. (militaire) verdrag (n); overeenkomst (f); traktaat (n) 4. (politique) federatie (f); confederatie (f); verbond (n); bond (m)

Engels → Duits - alliance

Uitspraak
n. Bündnis; Allianz

Engels → Engels - alliance

Uitspraak
n. pact, treaty; connection, relationship
n. alliance, ally, league; marriage; wedding ring, ring that is given during a marriage ceremony as a symbol of covenant and commitment; blend

Engels → Frans - alliance

Uitspraak
n. alliance; pacte

Engels → Indonesisch - alliance

Uitspraak
n. persekutuan, perserikatan, gabungan, blok, bon

Engels → Italiaans - alliance

Uitspraak
s. alleanza, unione; patto; matrimonio, l'imparentarsi; (fig) parentela, affinità

Engels → Pools - alliance

Uitspraak
n. przymierze, alians, liga, skoligacenie

Engels → Portugees - alliance

Uitspraak
s. união; confederação

Engels → Roemeens - alliance

Uitspraak
n. alianţă, ligă, unire

Engels → Russisch - alliance

Uitspraak
с. союз, объединение, единение, альянс, федерация; брачный союз, родство, общность

Engels → Spaans - alliance

Uitspraak
s. alianza, asociación, liga, unión

Engels → Oekraïens - alliance

Uitspraak
n. союз, альянс, шлюб, об'єднання, федерація, рідня, спорідненість, союзник: союзники, зв'язок
v. союз: вступати в союз, об'єднуватися

Frans → Engels - alliance

Uitspraak
(f) n. alliance, ally, league; marriage; wedding ring, ring that is given during a marriage ceremony as a symbol of covenant and commitment; blend

Engels → Grieks - alliance

Uitspraak
ουσ. συμμαχία

Engels → Turks - alliance

Uitspraak
i. akrabalık, dünürlük; birleşme, birlik, anlaşma, ittifak, bağ, antlaşma, pakt,

Frans → Duits - alliance

Uitspraak
n. allianz, verbindung, trauring, bund, ehering, ring, bündnis

Frans → Italiaans - alliance

Uitspraak
1. (mariage) fede (f); vera (f)
2. (organisation) alleanza (f); unione (f)
3. (militaire) alleanza (f); patto (m) 4. (politique) confederazione (f); alleanza (f); lega (f)

Frans → Portugees - alliance

Uitspraak
1. (mariage) aliança de casamento; aliança (f)
2. (organisation) aliança (f); liga (f)
3. (militaire) aliança (f); tratado (m) 4. (politique) confederação (f); aliança (f); liga (f)

Frans → Russisch - alliance

Uitspraak
n. союз (f), объединение (f), смычка (f), брак (f)

Frans → Spaans - alliance

Uitspraak
1. (mariage) anillo de boda; alianza (f)
2. (organisation) alianza (f); unión (f)
3. (militaire) alianza (f); pacto (m) 4. (politique) confederación (f); liga (f); alianza (f)

Frans → Turks - alliance

Uitspraak
[la] evlenme; dünürlük; nişan yüzüğü; birleşme, bağlaşma, ittifak

Engels → Arabisch - alliance

Uitspraak
‏حلف، تحالف، مصاهرة، القرابة‏

Engels → Chinees - alliance

Uitspraak
(名) 结盟; 联姻; 联盟, 同盟; 结盟诸国

Engels → Chinees - alliance

Uitspraak
(名) 結盟; 聯姻; 聯盟, 同盟; 結盟諸國

Engels → Hindi - alliance

Uitspraak
n. मैत्री, संधि, एकरूपता, संबंध, नाता, मेल

Engels → Japans - alliance

Uitspraak
(名) 同盟; 縁組み; 提携; 同盟国; 同盟者

Engels → Koreaans - alliance

Uitspraak
명. 계약, 협정; 결연, 동맹

Engels → Vietnamees - alliance

Uitspraak
n. sự kết hôn, quan hệ thân tộc, quan hệ bà con, đồng minh


© dictionarist.com