Portugees → Engels - alarmar

Uitspraak
v. alert, alarm; startle, frighten

Spaans → Engels - alarmar

Uitspraak
v. alarm, startle, frighten

Spaans → Duits - alarmar

Uitspraak
v. alarmieren, beängstigen, ängstigen, beunruhigen

Portugees → Frans - alarmar

Uitspraak
(medo) effrayer; faire peur; alarmer; épouvanter

Spaans → Frans - alarmar

Uitspraak
(miedo) effrayer; faire peur; alarmer; épouvanter

Spaans → Russisch - alarmar

Uitspraak
v. тревожить

Spaans → Koreaans - alarmar

Uitspraak
v. 경보를 전하다, 소스라쳐 놀라게 하다


Werkwoordsvormen

Gerúndio; Particípio pretérito: ~ando; ~ado
Presente do indicativo: ~o, ~as, ~a ~amos, ~ais, ~am
Pretérito imperfeito do indicativo: ~ava, ~avas, ~ava ~ávamos, ~áveis, ~avam
Pretérito perfeito simples do indicativo: ~ei, ~aste, ~ou ~amos, ~astes, ~aram
Pretérito mais-que-perfeito simples do indicativo: ~ara, ~aras, ~ara ~áramos, ~áreis, ~aram
Futuro do presente simples: ~arei, ~arás, ~ará ~aremos, ~areis, ~arão
© dictionarist.com